Het weekend dat Rotterdam naar Marseille kwam.

De trein had 25 minuten vertraging, wat niet overdreven is als je de 1175 kilometer van Rotterdam naar Marseille telt met een overstap tussen twee stations in Parijs. De zon wachtte hen op, zoals de zon alleen in Marseille iemand kan opwachten op een herfstdag eind oktober. De esplanade voor het station van Saint-Charles gunde hen een eerste blik op de Fenicische stad, met in de verte, op haar heuvel afgetekend tegen de helderblauwe lucht: altijd La Bonne Mère op de Notre Dame de la Garde. Ja, helderblauw. Azuur, zoals aan de Côte d’Azur, blonk de hemel achter de rode pannendaken, waaronder de herrie en graffiti ons attent maakte dat we nog altijd in de tweede stad van Frankrijk zijn en niet in één of ander lavendeldorp in de Provence.

Afdalen in deze broeierige smeltkroes doe je via de monumentale trappen van het station van Saint-Charles, een erfenis uit de koloniale hoogdagen van deze havenstad. Verder naar La Canebière, waar een betoging van een paar honderd Koerden de vrijlating van Öcalan eisen. Toch een beetje een schok, want de manifestatie verloopt zonder incidenten. Het zorgt gewoon voor wat meer herrie in de alledaagse herrie van Marseille. Hier valt altijd wat te horen en de stemmen spreken vele talen, verspreiden andere geluiden en leggen een extra auditieve laag over een veelstemmige stad.

Aan le Vieux Port wanen we ons even in een mondaine badplaats, zoals er zovele aan deze kant van de Middellandse Zee liggen. Maar de friemelende kleurrijke massa op de Quai des Belges wijst er je meteen op dat je in de grootste culturele smeltkroes van Europa bent en niet in een pretpark voor rijke sjeiks en Russische oligarchen. Het zijn vele laagjes die hier over elkaar worden gelegd, alsof het de normaalste zaak van de wereld is en iedereen hier gewoon thuis hoort. Het is nog warm genoeg. Een zachte zeebries brengt wat frisse lucht die je makkelijker doet ademen. Het is druk en we begrijpen ineens waarom sinds enkele jaren de cruises op de Middellandse Zee nu ook deze stad aan doen en haar slechte reputatie tot haar al zo veelzijdige verleden heeft verbannen.

Het is zo: je moet naar de top van de heuvel om aan La Bonne Mère de wereldstad onder je te ontdekken. Hoe in het noorden en het zuiden de appartementsgebouwen oprijzen met daartussen een wirwar aan constructies waaraan geen enkel stedenbouwkundig plan ten grondslag ligt. Alweer: chaos. Al ligt links toch de Middellandse Zee en vlak voor de kust de eilanden: Île de Frioul en Chateau d’If, waar de graaf van Monte-Cristo volgens Alexandre Dumas zat opgesloten. Rond de stad, op het land, liggen de heuvels met daarachter les Calanques. Marseille, de helft van haar grondgebied bestaat uit natuur, maar het centrum moet het stellen met weinig groen. Daardoor lijkt zij misschien nog meer op een Afrikaanse stad, weliswaar aan de noordkant van de Middellandse Zee.

Kijk neer op Marseille, naar le Lacydon, waar 2600 jaar geleden Fenicische zeemannen aan land gingen. En denk dan aan Gyptis, de Gallische prinses die haar beker met water aan de Feniciër Protis schonk, waardoor zij zonder het wellicht zelf te beseffen het eerste interculturele huwelijk met wederzijdse toestemming voltrok. Kijk naar Marseille. Als je er de eerste keer belandt, hap je naar adem en laat je nederig je blik zakken bij zoveel licht. Ja, je hapt naar adem bij zoveel kleuren en geuren die al je zintuigen tegelijk prikkelen. Ziehier: Rotterdam aanschouwt Marseille, voor het eerst. Welkom.

Kunnen Rotterdammers en Marseillais elkaar inspireren? Valt er wat te leren van de havenstad uit het noorden en de havenstad uit het zuiden? Dat willen we graag weten. Want misschien zijn we wel heel verschillend, maar wie weet zijn we ook heel erg hetzelfde. Kennismaken doen we dus bij Fatima Rhazi, die geweldige vrouw van Femmes d’Ici et d’Ailleurs, waar vrouwen uit de volkswijken zich emanciperen en autonomie verwerven door zoiets eenvoudigs als de taal leren en hun dagelijkse vaardigheden ontwikkelen. Tien stadsmakers uit Rotterdam en tien stadsmakers uit Marseille rond de tafel, waarop een geurige couscous zal prijken. Vergezeld van thee maar ook een kannetje rode wijn.

Waar dromen we van?

“Schone straten, schone steden, schone toekomst.”

“Bedrijven die geleid worden met sociale impact.”

“Goed opgeleide jongeren met nieuwe vaardigheden die erfgoed kunnen restaureren.”

“Marseille op een andere manier aan de wereld tonen.”

“Marseille op de Europese kaart zetten.”

“Een wereld waarin nieuwsgierigheid leidt tot het aanvaarden van de anderen.”

“Een groenere stad.”

“De stad als een speeltuin en ontspanningsplek voor iedereen.”

Dromen mag. Dromen moet. Dromen waarmaken is waar we voor gaan. De stadsmakers van Rotterdam en die van Marseille. Want dromen zijn soms de enige lichtpunten in een grauwe wereld. En grauw kan die wereld echt wel zijn, ook in Marseille. Armoede en de kloof tussen arm en rijk, die nergens zo groot is als hier. Een overheid die maar al te vaak afwezig is en de bevolking enkel aan zich weet te binden door een vorm van cliëntelisme die niet meer van deze tijd is. Maar we leren ook dat superdiversiteit hier geen probleem is maar de alledaagse realiteit. Integratie? In Marseille zijn we geïntegreerd in onze diversiteit. Integratie vindt hier plaats in de straat, op de pleinen, in de bedrijven, op de scholen. We zijn allemaal anders en dus geïntegreerd in ons anders zijn. Marseille is gekleurd en gaat daar ongedwongen mee om. Hoe kan dat, vragen de Rotterdammers zich af. Wat is de methodiek om dit harmonieus samenleven te bevorderen? Wat zit daar achter? Niets. Want al gauw zal blijken dat er geen sturende hand achter de superdiverse samenleving van Marseille zit. Misschien is het zelfs doordat er geen sturende hand bestaat, dat het hier zo goed lukt. Tot die conclusie komen we althans na ons gesprek met Ludovic-Mohamed Zahed, de theoloog, socioloog, antropoloog en psycholoog die een inclusieve islam probeert te creëren en openstaat voor iedereen, ook lgbt+.

Je voelt deze stad leven. En soms ook overleven. In het noorden liggen Les Aygalades en Foresta. Les Aygalades is een warme wijk, al heeft de Franse vertaling hiervan een negatieve bijklank. Het is een quartier chaud omdat er drugs verhandeld worden, geweld dagelijkse kost is en armoede heerst. Maar Les Aygalades is ook een warme wijk in de Nederlandse betekenis van het woord: er heerst een grote samenhang. Door de familiefoto’s van de wijkbewoners te verzamelen en de verhalen die er bij horen blijkt dat Les Aygalades een wijk is met een geheugen dat herinnert aan de samenhang en de solidariteit onder de bewoners, waar ze ook vandaan komen. Hier hing en hangt men samen. Momo is een kind van de wijk en woont en werkt er nu nog als buurtwerker. Hij kent en voelt zijn wijk. Hij koestert zijn buren en confronteert de overheid met haar tekortkomingen. Heel vaak is het een gevecht tegen de bierkaai. “Ik voel me zo verwend,” zegt Archell uit Rotterdam.

In Foresta heeft een ondernemer een stuk braakliggend land aan de activisten van Yes we Camp geschonken om er een stedelijk en ecologisch park aan te leggen. Zij zijn nu in een papierslag met de Europese Gemeenschap verwikkeld om het project gefinancierd te krijgen.

De stadsafari gaat verder in zuidelijke richting. Naar de vegetarische ontmoetingsplek L’Ecomotive onder aan de trappen van Saint-Charles, waar Mathilde van Marseille Solutions vertelt hoe zij de stad willen transformeren van de stad van de problemen tot de stad van de oplossingen. Met Ezequiel van Migrantours zien we hoe nieuwe Marseillais Fransen rondleiden in de stad. In Friche La Belle de Mai wordt in een oude sigarettenfabriek gewerkt aan de culturele toekomst van Marseille. En daar niet zo ver vandaan zitten de geëngageerde architecten van Collectif ETC in l’Ambassade du Turfu. In de volkswijk Belsunce zet het Théatre de l’Oeuvre op een hedendaagse wijze het sociale werk van de stichters verder die hier meer dan 80 jaar geleden al met de bewoners aan de slag gingen in een mix van sociale emancipatie en artistieke participatie. Want ook dat is Marseille: een stad die creëert. Theater, dans, rap, film, literatuur… In La Plaine, le quartier des créateurs, ligt Brick City, waar het historisch en sociaal geheugen van de Middellandse Zee op T-shirts wordt gedrukt in een wijk waar streetart de creatieve hartslag van Marseille hartstochtelijk en chaotisch doet kloppen. Is het niet schitterend dat de activisten van een Magrebijnse wijk zoals Belsunce het plein waarrond zij actie voeren de naam geven van een anarchistische feministe uit de 19e eeuw? Of dat Mama Africa het met haar restaurant in Noailles schopt tot op de Duitse televisie en ondertussen de jongeren in haar wijk onder haar hoede neemt? En dat de bewoners daar hun straten zelf zijn beginnen te vergroenen door planten buiten te zetten?

Wat hebben we geleerd vandaag? Dat Rotterdam en Marseille heel erg op elkaar gelijken maar ook verschillend zijn. Het verschil tussen een sturende, ondersteunende overheid en een stad met een afwezige, niet ondersteunende overheid. Maar wat is het beste, vragen de Rotterdammers zich af. Ze zijn gecharmeerd door de zelfredzaamheid van de Marseillais, die hun boontjes wel doppen door iedere keer op een andere, creatieve manier middelen te zoeken. Dat geeft hen een vrijheid om het op hun manier te doen en niet te verdrinken in administratieve rompslomp en vooraf opgelegde doelstellingen. Maar laten we daar vooral niet te romantisch over doen, want meestal is het gewoon ploeteren en drijft het activisme op niet veel meer dan puur engagement.

Is diversiteit de ultieme kracht van Marseille? Het zou kunnen. De diversiteit is vanzelfsprekend in het straatbeeld. Wit en gekleurd mengelen op een ongecompliceerde wijze door elkaar. Er zit geen plan achter. Het is zo en niemand stelt het in vraag. Ligt het aan een eeuwenlange immigratie die maar niet lijkt te stoppen? Ligt het aan de mentaliteit rond de Middellandse zee, waar misschien minder in hokjes wordt gedacht dan in het noorden? De aanvaarding van de anderen en het elkaar niet storen, lijkt ingebakken in de ziel van de inwoners van Marseille. Op het strand verdragen boerkini en monokini elkaar probleemloos in dezelfde publieke ruimte. Geen hokjes. Samen in het bad. Samen nat. En als het even kan, dan pakken we uit met dat kosmopolitisme. In het MUCEM bijvoorbeeld, het museum van de beschavingen rond de Middellandse Zee. Want daar ligt Marseille en daar voelt zij zich ook thuis. Heel de Middellandse Zee is hier ooit wel eens aangeland. Of aan l’Arbre de l’Espérance, waar 500.000 namen in de tegels gebeiteld staan die allen een boodschap van verdraagzaamheid tussen de verschillende gemeenschappen van Marseille hebben ondertekend.

Het is de bedoeling dat we van elkaar leren. Alleen door van elkaar te leren worden we beter. En als we dat van onderuit doen, dan maakt het niet zoveel meer uit wat de overheid daarvan vindt. Een overheid zou natuurlijk wat meer aanwezig mogen zijn om haar burgers te steunen als ze hun stad willen verbeteren. Maar een overheid moet ook leren loslaten en vertrouwen geven aan haar burgers. Want haar inwoners kunnen het zelf ook wel.

Het begint van beneden af. Niet alleen in Rotterdam of in Marseille, maar in iedere stad van de wereld, waar mensen deel willen nemen aan hun leven. De Rotterdammers hebben Marseille leren kennen, van onderuit. Zelfs letterlijk toen ze op hun laatste dag onder de stuwende leiding van Edmund Platt van 1 déchet par jour de straten rond La Canebière gingen opruimen. “De Rotterdammers komen jullie vuiligheid in Marseille oprapen!” Applaus.

Volgend jaar gaan de stadsmakers van Marseille naar Rotterdam. Stadsmakers aller landen, verenigt u!

De stadsmakers van Rotterdam zijn Ylaysa Harris en Faisal Bin Zahari van Miss Mengelmoes, Els Desmet, Linda Malherbe en Ellen Hiep van Verhalenhuis Belvédère, Luc Opdebeeck van werkplaats Formaat, theatermaker Archell Thompson, Fotograaf Arthur Geursens, Nico -Middellandman- Haasbroek, Rineke Kraaij van Brienenoordeiland.

De stadsmakers van Marseille die aan dit bezoek deelnamen zijn: Johanna Kong van Ouishare, Eddie Platt van 1 déchet par jour, Fatima Rhazi van Femmes d’ici er d’Ailleurs, Marie Bied van Acta Vista, architecte Mélanie Metiers, antropologe Nathalie Cazals, Thomas Bru en Abdes van Recyclop, Florent Chiaperro van Collectif ETC, David Abiteboul van Café L’Écomotive, Mathilde Gardien van Marseille Solutions, Félécité Geye of Mama Afrika, Ezequiel Cordero van Migrantours, Yves Millo van Théâtre de l’Oeuvre, Cosma van Brick City, Gwen Lechat, imam Ludovic Mohamed Zahed en Joke Quintens & Dirk Chauvaux van Moving*Marseille.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s