Graffiti is geen streetart.

Meer dan 35 jaar geleden organiseerden wij met het anarchistisch collectief La Cecilia in Leuven een debat (geluld dat er toen werd) over graffiti. Wij spoten (soms zelfs met verf en kwast) de muren vol met slogans, omcirkelde A’s en sommigen, ik niet, met hamers en sikkels. Banksy was nog kleurboeken aan het vol kladderen en Keith Haring moet ergens verloren gelopen zijn in de metro van New York. Grandmaster Flash zocht nog een micro en vond die bij de toasters op Jamaica. En skaten was iets voor gespierde hippies aan de Amerikaanse westkust. Kortom, graffiti was niet meer dan één van vele agitprop middelen naast stencils en oude lakens die als spandoeken werden gerecupereerd. Wel opvallend was dat onze slogans voornamelijk op lelijke grijze betonnen muren of stapels rode bakstenen van verlaten fabrieksgebouwen prijkten. Nochtans kon graffiti ook heel mooi zijn op een pas gerestaureerd pandje aan de grachtengordel, oordeelde één van onze Amsterdamse kameraden.

Daar moest ik dus onvermijdelijk aan denken tijdens onze streetart tour in Le Panier, onder de deskundige begeleiding van Arnaud, aka Asha, aka Bite. “Wij zijn vandalen, geen artiesten.” En daarmee was het verschil tussen graffiti en streetart kort en bondig samengevat. Want inderdaad, is het niet een beetje vreemd dat de toeristische dienst van de stad streetart tours organiseert maar in eenzelfde adem boetes tot 30.000 euro en gevangenisstraffen tot 2 jaar oplegt aan “vandalen” met een spuitbus? Is het dan de taak van de overheid om zich als een soort smaakpolitie te gedragen door te beslissen wat wel of niet kunst is, al is het dan maar straatkunst? Wat er mij nu zo ineens doet aan denken dat een groep bewoners van een wijk in Gent de schetsen van de Braziliaanse streetartist Mundano niet geschikt vonden voor hun kale muur en hij dus op zoek moest naar een andere plek om zijn werk te maken.

Smaakpolitie dus… Je hebt streetartists die in opdracht van de overheid, een bedrijf of een hippe kunstgalerij de stad een urban tintje geven. En je hebt de “graffeurs” die zich met hun eigen codes en spuitbussen bij nacht en ontij uitleven op treinstellen, muren en bruggen. Gevaarlijke hobby, want iedere maand laat zo’n graffeur het leven in Frankrijk. Geëlektrocuteerd in de metro of van een gebouw gedonderd. Maar het werk in Le Panier was geweldig. Felle kleuren, krachtige rondingen, volle vegen op Provençaalse pandjes in een idyllische volkswijk. Zoals het hoort.

Dirk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s