Waar zijn wij eigenlijk bang van?

“Ik voel me hier niet bekeken,” zei Archell, een Rotterdamse vriend met donkere wortels in Curaçao. We wandelden door Noailles in het centrum van Marseille, waar blank, bruin en zwart zoals altijd in de smalle straatjes door elkaar friemelen langs de multiculturele melting pot van deze superdiverse stad. Waarom zou hij zich ook bekeken voelen? Iedereen kan hier rustig zichzelf zijn. Of het nu in de straat, het park, de winkel, op het werk of het strand is. Want ook daar ligt een boerkini naast een monokini. Zichzelf kunnen zijn, is dat niet het ultieme recht voor iedereen? Elkaar aanvaarden zoals we zijn en vriendelijk blijven. Met een hoofddoekje op of hand in hand in minirok (zoals de volkse Cagolles van Marseille) over straat kunnen lopen. Zonder bang te moeten zijn.

Want waar zijn ze nu eigenlijk bang van, zoals voortdurend wordt beweerd over die bange Vlamingen en Nederlanders waarover we ons tegenwoordig zoveel zorgen maken? En waar we dus blijkbaar voor door de knieën gaan, zoals zelfs een groot deel van onze “progressieve intelligentsia”. Ja, waar zijn we dan zo bang van of voor? In Marseille zijn we niet bang van elkaar. We zijn zelfs vriendelijk voor elkaar. We zeggen mekaar een goeiedag, ook op de bus of aan de kassa in de supermarkt. We wonen en leven met elkaar, niet naast elkaar. En zo kennen we elkaar. Komt het door onze 2600 jaar ervaring met migratie? Dan ben ik toch bang dat we in de rest van Europa niet zoveel tijd meer hebben.

Of zijn het de bangmakers? De rattenvangers van Hamelen (of van Antwerpen?) die ons de daver op het lijf jagen met hun onheilsprofetieën over barbaren die ons onder de voet lopen en onze heilige tradities verwerpen. Totale onderwerping… Aan wat? Of zijn het de herauten van het dagelijkse onheil die overal plunderaars en verkrachters ontwaren?

In Marseille zijn we niet bang. Maar we maken ons wel zorgen. Over de armoede en de groeiende ongelijkheid. Over zwerfvuil en mobiliteit. Over de luchtvervuiling en het plastiek in onze geliefde Middellandse Zee. Want daar zijn we allemaal het slachtoffer van. Dat is de angst die ons bindt. De angst dat onze kinderen niet veilig naar school kunnen. Of ze later wel een job zullen vinden. Of ze nog zullen kunnen ademen. Daar zijn we bang van. Maar van elkaar? Nee.

Laat iedereen hier maar lekker zichzelf zijn. Hoofddoekje op straat? Daar stoort niemand zich aan. Grappige biggetjes op de etalage van een varkensslager in een overwegende moslimbuurt? Storen we ons niet aan. Pastis drinken op het terras naast een halalslager? Lekker. Een boerkiniverbod op onze stranden? Daar moet zelfs onze rechtse burgemeester niet van weten. Iedereen zit hier samen in bad.

Ondertussen koesteren we onze helden. Onze immens populaire rapper Soprano (Comoriaanse roots). Onze voetbalheld Zinedine Zidane (Algerijnse roots). Onze ultieme chansonnier Yves Montand (Italiaanse roots). Of Fernandel. Of Raymond Goethals. We voelen ons allemaal onszelf in Marseille en hebben geleerd elkaar te verdragen en zelfs graag te zien. We zijn er van doordrongen dat we samen onze problemen kunnen aanpakken, al was het maar door elkaar te verdragen. De problemen zijn al groot genoeg dat we ons niet gaan laten afleiden door zoiets futiel als het feit dat we allemaal anders zijn. Misschien is dat zelfs ons grootste voordeel.

Want nee, stupid, het is niet de identiteit. Het is de solidariteit (speciaal voor Vlaamse intellectuelen à la Carl Devos en Joël De Ceulaer). Want identiteiten komen en gaan. Ze veranderen de hele tijd. Kom dat in Marseille maar eens leren. Onze smeltkroes is onze sterkte. Al 2600 jaar lang, van toen Fenicische zeevaarders hier aanlegden en onze stad stichtten. Hun aanvoerder Protis werd door de plaatselijke Keltische prinses tot echtgenoot gekozen, waarmee het eerste interculturele huwelijk met wederzijdse toestemming werd bezegeld. Bijna 100 jaar geleden beschreef de Afro-Amerikaanse schrijver Claude McKay al hoe hij en zijn Afro-Amerikaanse vrienden hier de bars van de haven afschuimden met een blanke vrouw aan hun arm zonder gelyncht te worden. Het heeft heel onze geschiedenis doordesemd en zo van ons een opwindende stad gemaakt die symbool staat voor interculturele vooruitgang. En geloof me: dit wordt ook de kracht waarmee we onze problemen (zie hierboven) zullen aanpakken.

Kom dus leren van Marseille. Van “l’Arbre de l’Espérance” (de boom van de hoop) bijvoorbeeld, die hier in 2000 werd opgericht met de volgende boodschap (ik heb ze vertaald voor mijn Vlaamse vrienden):

“In Marseille, mijn stad,
Gesticht in het teken van de openheid,
uitwisseling en het respect voor de anderen,
Zet ik mijn handtekening
En voeg ik een blad toe
Aan de Boom van de Hoop,
Die de waarden incarneert
Van menselijkheid en broederlijkheid.
Dit is mijn boodschap van hoop,
Die ik de wereld instuur
Bij het begin van het derde millennium.”

Ondertussen hebben een half miljoen Marseillais deze boodschap ondertekend. Hun namen staan in de tegels voor de boom gebeiteld en zeggen: wij zijn samen verschillend. Daar hoef je vooral niet bang van te zijn.

Advertenties