Stel dat we daklozenopvang helemaal anders aanpakken.

Sinds ik in Marseille woon lees ik nog regelmatig een Vlaamse krant. Zo ook vanochtend. Ik las dat ze in Gent de daklozenopvang hebben uitbesteed aan een privébedrijf. Sommigen zeggen dat daar op zich niets mis mee is, zolang het efficiënt en emanciperend gebeurt en winstoptimalisatie niet het primaire doel is. Maar wat ik me wel afvraag is: wat zou er gebeuren als we de daklozenopvang helemaal anders, op een vernieuwende en emanciperende manier aanpakken met als doel dat we daklozen duurzaam uit hun uitzichtloze situatie bevrijden. Dan maakt het eigenlijk niet uit wie die daklozenopvang organiseert. Kom maar eens kijken in Marseille bij Coco Velten.

Coco Velten is een initiatief van onverwachte partners in een verlaten overheidsgebouw van 4000m² in de volkswijk Belsunce, in het hartje van Marseille. De nationale overheid heeft er een leegstaand gebouw tijdelijk ter beschikking gesteld aan de activisten van Yes we Camp, een groep geëngageerde architecten, landschapsontwerpers en andere geëngageerde mannen en vrouwen die verlaten plekken of gebouwen tijdelijk bezetten en er een nieuwe originele invulling aan geven (www.yeswecamp.org).

Coco Velten.

Behalve de opvang van daklozen, een nijpend probleem in Marseille, wordt een gedeelte van het gebouw ook voorzien voor kleine ondernemingen, freelancers en organisaties. In ruil voor een lage huurprijs wordt hen wel gevraagd iets te ondernemen voor de daklozen. Dat kan gaan van computer- of taallessen, een instrument leren spelen of wat dan ook. Het maakt niet uit, zolang het maar iets bijbrengt aan de emancipatie van deze mensen. Momenteel zijn er al een 30-tal structuren die in het project gestapt zijn.

Op het dak van het gebouw wordt een plantenkwekerij onderhouden door de daklozen. Deze planten worden verdeeld in de wijk om de straten te vergroenen. De buurtbewoners worden trouwens zeer nauw bij het project betrokken.

Yes we Camp heeft een gelijkaardig project gerealiseerd in Parijs. Het oude hospitaal Les Grands Voisins werd na enkele jaren al een hippe trekpleister voor bezoekers uit heel Europa. Deze activisten hebben er dan ook een handje van weg om heel innovatief met bouwen en huisvesting om te gaan (www.lesgrandsvoisins.org).

Nieuwe allianties.

In Coco Velten wordt een heel nieuw ecosysteem gecreëerd waarbij onverwachte partners de handen in elkaar slaan om een probleem op een sociaal innovatieve manier op te lossen. Zo wordt ook samengewerkt met Marseille Solutions, die van Marseille de stad van de oplossingen in plaats van de problemen wil maken. Eén van die oplossingen (ze hebben er momenteel al 40 lopen) is Lab Zéro, die de problemen van Marseille tot nul wil herleiden. Er is niets mis met wat ambitie. Zo organiseerden zij tijdens een woonbeurs in Marseille een brainstorm met immobiliënmakelaars om na te denken over oplossingen voor het daklozenprobleem (www.marseille-solutions.fr).

Dit is sociale innovatie waarbij uiteenlopende partners uit zowel de overheid, het bedrijfsleven als geëngageerde activisten samen out of the box initiatieven nemen. Is dit zo speciaal? Ja en nee. Het is gewoon van de platgetreden paden afwijken en vernieuwend durven nadenken over oude problemen en nieuwe partners zoeken om nieuwe oplossingen te bedenken. Het initiatief van Coco Velten is trouwens makkelijk te kopiëren. Moesten ze er 250.000 euro werkingsmiddelen voor krijgen zoals nu in Gent, ze zouden waarschijnlijk een gat in de lucht springen.

Volgende maand opent Coco Velten haar deuren. Kom gerust eens kijken.

Joke Quintens

Advertenties

Stel dat de Middellandse Zee een land was.

Sinds ik in Marseille woon, vraag ik me soms af: stel dat de Middellandse Zee een land was. Het is nog maar vrij recent dat we de Middellandse Zee als een grens zijn beginnen te zien. De grens tussen Europa, Azië en Afrika. Vreemd. Ooit was het anders. Toen was de Middellandse Zee een verbindingsroute en een plek waarlangs informatie, kennis, cultuur, goederen en mensen werden uitgewisseld. Nergens anders voel je dit zo intens als in Marseille, misschien wel de enige echte culturele hoofdstad van de Middellandse Zee waar die geest van verbinding nog altijd heerst en ook de toekomst van deze stad is.

Al vanaf dat Fenicische zeelui hier in 600 voor Christus aan land gingen, is Marseille een smeltkroes van volkeren uit de Mediterannée. Dat merk je aan de samenstelling van haar bevolking met een zeer grote groep Italianen, aardig wat Corsicanen, veel Noord-Afrikanen, zowel Berbers als Joden. Die laatsten sloegen in de jaren ’50 en ’60 voor de tweede keer op de vlucht nadat zij rond 1500 samen met de moslims door de katholieken uit Spanje waren verjaagd. Een grote groep Armeniërs ook, gevlucht voor de Turkse vervolging en opgevangen door Marseille. Aardig wat Grieken en Catalanen. Vluchtelingen en gelukzoekers. Ze vonden allemaal hun weg over de Middellandse Zee naar Marseille.

Verbindingen in het MUCEM.

Als je het MUCEM bezoekt, het Museum voor de Beschavingen van Europa en de Middellandse Zee, dan voel je die verbinding. De vaste collectie heet trouwens Connectivités of “verbindingen”. De wisselende tentoonstellingen, of ze nu gaan over voetbal, gender, koffie, afval of de fotoroman, zoeken altijd naar die verbindende cultuur rond de Middellandse Zee. Maar bestaat er dan zoiets als een cultuur van de Middellandse Zee? Ik denk het wel. We hebben zeker al een gemeenschappelijke geschiedenis. Was het niet in dit gebied dat de basis van de Westerse beschaving werd gelegd, door Griekse filosofen, wiens geschriften gelukkig bewaard zijn gebleven dankzij Arabische schriftgeleerden. Was het ook niet hier dat de monotheïstische godsdiensten ontstonden? Was het niet hier dat de eerste fundamenten van een democratische samenleving werden gelegd? Of de eerste steden van Europa ontstonden en bloeiden?

De kansen van verbinding.

Ik wil niet overdreven optimistisch klinken, maar net zo min overdreven pessimistisch. Ik vraag het me toch af: hoe en wanneer is die Middellandse Zee een grens geworden, om niet te zeggen een zeemansgraf van mensen die net zoals vroeger op zoek gaan naar vrijheid en geluk, dus net zoals de voorouders van mijn buren in Marseille? En heeft het eigenlijk wel zin om naar de oorzaken hiervan te zoeken? Of kunnen we beter op zoek gaan naar de kansen die dit gebied zou hebben als we de verbindingen uit het verleden opnieuw zouden gebruiken in het voordeel van iedereen die rond deze zee woont en recht heeft op geluk en bescherming?

Dus: stel dat de Middellandse Zee een land was. Dan woon ik niet meer in Zuid-Europa maar in het noorden van de Mediterannée. Dan lagen Caïro, Tunis en Tanger in het Zuiden van de Mediterannée. Istanbul, Beiroet en Tel Aviv in het Oosten. En Barcelona en Valencia in het Westen. We zouden nog steden hebben zoals Genua, Napels en Athene. Voel je hem? Zou dat geen verrijking zijn? Niet enkel van ons denken maar van een heel gebied? Welke mogelijkheden zouden hier liggen? Het zou zelfs niets nieuws zijn want het is bijna de hele geschiedenis zo geweest. Pas de laatste 100 jaar werd de Middellandse Zee een hermetisch gesloten grens.

Maar als je nu al van de culturele mogelijkheden van dit gebied wilt proeven, dan moet je in Marseille zijn. Hier borrelt die unieke culturele smeltkroes immers al lang en gelukkig nog steeds.

Joke Quintens, Moving*Marseille.

Waar zijn wij eigenlijk bang van?

“Ik voel me hier niet bekeken,” zei Archell, een Rotterdamse vriend met donkere wortels in Curaçao. We wandelden door Noailles in het centrum van Marseille, waar blank, bruin en zwart zoals altijd in de smalle straatjes door elkaar friemelen langs de multiculturele melting pot van deze superdiverse stad. Waarom zou hij zich ook bekeken voelen? Iedereen kan hier rustig zichzelf zijn. Of het nu in de straat, het park, de winkel, op het werk of het strand is. Want ook daar ligt een boerkini naast een monokini. Zichzelf kunnen zijn, is dat niet het ultieme recht voor iedereen? Elkaar aanvaarden zoals we zijn en vriendelijk blijven. Met een hoofddoekje op of hand in hand in minirok (zoals de volkse Cagolles van Marseille) over straat kunnen lopen. Zonder bang te moeten zijn.

Want waar zijn ze nu eigenlijk bang van, zoals voortdurend wordt beweerd over die bange Vlamingen en Nederlanders waarover we ons tegenwoordig zoveel zorgen maken? En waar we dus blijkbaar voor door de knieën gaan, zoals zelfs een groot deel van onze “progressieve intelligentsia”. Ja, waar zijn we dan zo bang van of voor? In Marseille zijn we niet bang van elkaar. We zijn zelfs vriendelijk voor elkaar. We zeggen mekaar een goeiedag, ook op de bus of aan de kassa in de supermarkt. We wonen en leven met elkaar, niet naast elkaar. En zo kennen we elkaar. Komt het door onze 2600 jaar ervaring met migratie? Dan ben ik toch bang dat we in de rest van Europa niet zoveel tijd meer hebben.

Of zijn het de bangmakers? De rattenvangers van Hamelen (of van Antwerpen?) die ons de daver op het lijf jagen met hun onheilsprofetieën over barbaren die ons onder de voet lopen en onze heilige tradities verwerpen. Totale onderwerping… Aan wat? Of zijn het de herauten van het dagelijkse onheil die overal plunderaars en verkrachters ontwaren?

In Marseille zijn we niet bang. Maar we maken ons wel zorgen. Over de armoede en de groeiende ongelijkheid. Over zwerfvuil en mobiliteit. Over de luchtvervuiling en het plastiek in onze geliefde Middellandse Zee. Want daar zijn we allemaal het slachtoffer van. Dat is de angst die ons bindt. De angst dat onze kinderen niet veilig naar school kunnen. Of ze later wel een job zullen vinden. Of ze nog zullen kunnen ademen. Daar zijn we bang van. Maar van elkaar? Nee.

Laat iedereen hier maar lekker zichzelf zijn. Hoofddoekje op straat? Daar stoort niemand zich aan. Grappige biggetjes op de etalage van een varkensslager in een overwegende moslimbuurt? Storen we ons niet aan. Pastis drinken op het terras naast een halalslager? Lekker. Een boerkiniverbod op onze stranden? Daar moet zelfs onze rechtse burgemeester niet van weten. Iedereen zit hier samen in bad.

Ondertussen koesteren we onze helden. Onze immens populaire rapper Soprano (Comoriaanse roots). Onze voetbalheld Zinedine Zidane (Algerijnse roots). Onze ultieme chansonnier Yves Montand (Italiaanse roots). Of Fernandel. Of Raymond Goethals. We voelen ons allemaal onszelf in Marseille en hebben geleerd elkaar te verdragen en zelfs graag te zien. We zijn er van doordrongen dat we samen onze problemen kunnen aanpakken, al was het maar door elkaar te verdragen. De problemen zijn al groot genoeg dat we ons niet gaan laten afleiden door zoiets futiel als het feit dat we allemaal anders zijn. Misschien is dat zelfs ons grootste voordeel.

Want nee, stupid, het is niet de identiteit. Het is de solidariteit (speciaal voor Vlaamse intellectuelen à la Carl Devos en Joël De Ceulaer). Want identiteiten komen en gaan. Ze veranderen de hele tijd. Kom dat in Marseille maar eens leren. Onze smeltkroes is onze sterkte. Al 2600 jaar lang, van toen Fenicische zeevaarders hier aanlegden en onze stad stichtten. Hun aanvoerder Protis werd door de plaatselijke Keltische prinses tot echtgenoot gekozen, waarmee het eerste interculturele huwelijk met wederzijdse toestemming werd bezegeld. Bijna 100 jaar geleden beschreef de Afro-Amerikaanse schrijver Claude McKay al hoe hij en zijn Afro-Amerikaanse vrienden hier de bars van de haven afschuimden met een blanke vrouw aan hun arm zonder gelyncht te worden. Het heeft heel onze geschiedenis doordesemd en zo van ons een opwindende stad gemaakt die symbool staat voor interculturele vooruitgang. En geloof me: dit wordt ook de kracht waarmee we onze problemen (zie hierboven) zullen aanpakken.

Kom dus leren van Marseille. Van “l’Arbre de l’Espérance” (de boom van de hoop) bijvoorbeeld, die hier in 2000 werd opgericht met de volgende boodschap (ik heb ze vertaald voor mijn Vlaamse vrienden):

“In Marseille, mijn stad,
Gesticht in het teken van de openheid,
uitwisseling en het respect voor de anderen,
Zet ik mijn handtekening
En voeg ik een blad toe
Aan de Boom van de Hoop,
Die de waarden incarneert
Van menselijkheid en broederlijkheid.
Dit is mijn boodschap van hoop,
Die ik de wereld instuur
Bij het begin van het derde millennium.”

Ondertussen hebben een half miljoen Marseillais deze boodschap ondertekend. Hun namen staan in de tegels voor de boom gebeiteld en zeggen: wij zijn samen verschillend. Daar hoef je vooral niet bang van te zijn.