Migrantours

Ezequiel is een Argentijn. Hij woont al 5 jaar in Marseille en gidst mensen door de stad. Meestal toeristen maar vandaag niet, want ik word niet graag toerist genoemd in mijn – bijna – eigen stad. Vandaag was het een wandeling van Migrantours door de wijken Belsunce en Noailles. Veel wist ik al. Maar veel ook niet. Bijvoorbeeld dat Belsunce een doorgangswijk voor reizigers werd omdat ze tussen de haven en het treinstation lag, waar de reizigers in de talrijke kleine hotelletjes overnachtten in afwachting van hun overtocht naar de kolonies. Of dat de kerk van de Dominicanen in de rue des Dominicains vlak na de Franse revolutie in de lucht vloog omdat soldaten er met granaten petanque aan het spelen waren. De kerk deed na de revolutie immers dienst als arsenaal. Of dat Yves Montand van Italiaanse afkomst was en eerst Ivo Livi heette maar zijn naam veranderde om succes te kunnen hebben in Frankrijk. Omdat zijn moeder hem altijd riep om naar boven te komen – “Ivo, monta, monta!” – besloot hij om voortaan als Yves Montand door het leven te gaan. Of dat in het Hotel du Louvre op de Canebière alle beroemdheden gelogeerd hebben. Onder andere Mahatma Ghandi, om er maar één te noemen. En dat in Noailles toch nog enkele oorspronkelijke families de oude winkels van hun voorouders verder zetten tussen de nu overwegend Magrebijnse en Afrikaanse handelszaken. Zoals de Boucherie Alsacienne op de hoek van de Place des Capucins, die tussen al die andere halal slagers met een eenvoudig icoontje heel duidelijk maakt dat je bij hem wel varkensvlees kan krijgen. En tenslotte natuurlijk Mama Africa in de rue d’Aubagne, een klein restaurantje waar Félicité niet alleen allerlei lekkernijen uit Ivoorkust op de tafel tovert maar ook de jongeren op het pleintje tegenover haar restaurant in het gareel houdt. Iedereen heeft respect voor Mama Africa.

Wat een fantastische nieuwe ontdekkingen in Marseille. Met dank aan Ezequiel uit Argentinië, in Marseille.

La Canebière

La Canebière snijdt Marseille in twee. Letterlijk en figuurlijk. Ten noorden heerst de armoede. Ten zuiden heersen de rijken. Vreemd voor een straat die genoemd is naar het meest lucratieve handelsproduct in het noorden van deze stad: canabis. Alhoewel de straat natuurlijk niet vernoemd werd naar de roesverwekkende eigenschappen van deze plant maar naar de touwen die er vroeger mee gemaakt werden en waarnaar er in de haven altijd een grote vraag was.

Een ambtenaar van de stad vertelde me dat elke tien jaar La Canebière een beetje “oppompen” nodig heeft.  Daarom wordt La Canebière, sinds enkele maanden en naar aanleiding van haar 90 jarig bestaan, iedere laatste zondag van de maand autovrij gemaakt en aan de wandelaars geschonken. Kraampjes met lokale producten, zelfgemaakte kleren en allerlei exotische foodtrucks fleuren de straat op. Verder ook heel wat verkopers van oude boeken, strips en grammofoonplaten. Kinderanimatie, dans en muziek. Maar we zijn in Frankrijk en dan kan op zo’n zondags evenement een standje met filosofen niet ontbreken. Aan twee tafeltjes kan je in gesprek gaan met een filosoof. Geloof me of niet: de tafeltjes zaten vol. Dit blijft tenslotte het land van de filosofen, al denk ik niet dat er een Voltaire of een Sartre op La Canebière zat.

Ja, we zijn in Frankrijk en tot onze grote treurnis gaat zo’n evenement hier nu ook gepaard met rigide veiligheidsmaatregelen. Tientallen zwaarbewapende flikken patrouilleren door de straat als hedendaagse robocops. Op ieder kruispunt blokkeren vrachtwagens de straat om te voorkomen dat een dolgedraaide jihadist, die aanvankelijk zijn roes beleefde aan het product waarnaar deze straat werd vernoemd maar nu uitkijkt naar resolutie door onschuldige wandelaars zoals in Nice naar het hiernamaals te kegelen, dit hier ook zou doen. Ik weet niet of ik me nu veiliger voel of net niet. Zelfs de tramsporen werden geblokkeerd door personenwagens die even wegrijden als er een tram aankomt. Geen enkel gaatje blijft onbewaakt.

En toch was het gezellig op La Canebière. Lokale producten, local food, boeken, kinderanimatie, dans en filosofie op de grens tussen arm en rijk.

Louise Michel

In Belsunce, ongeveer in het midden van de rue des Petites Maries, ligt sinds kort de Place Louise Michel. Louise was een communard van de Parijse Commune in 1870, lerares en anarchiste, die verbannen werd naar Nieuw Caledonië, waar ze vriendschap sloot met Algerijnse vrijheidsstrijders. Terug in Frankrijk vestigde zij zich in Belsunce tussen alle andere passanten in een klein hotelletje waar ze in 1905 overleed.

Het mag gerust nog eens gezegd worden dat Marseille op het einde van de Tweede Wereldoorlog werd bevrijd door Algerijnen uit het koloniaal leger. Velen onder hen bleven en bouwden de stad mee terug op. Ze vestigden zich in Belsunce en kwamen samen op het braakliggend stukje grond dat ontstaan was door een tijdens de oorlog verloren geworpen bom. Dit pleintje werd in de volksmond al snel de Place des Chibanis genoemd naar de “oudere Algerijnen”, toen Algerijnse bevrijders van Marseille. Zij verblijven hier nochtans maar 6 maanden per jaar. De andere 6 maanden gaan ze naar Algerije. Vermits ze hun pensioen dreigen te verliezen als ze langer dan 6 maanden buiten Frankrijk verblijven, komen ze iedere keer terug en wachten een half jaar op hun kleine hotelkamertje tot ze terug naar hun vaderland kunnen. Dan zoeken ze elkaar op op hun pleintje.

Tot de stad het onzalige idee kreeg om hier een gebouw neer te planten. De plannen waren al goedgekeurd en de graafmachines stonden klaar om aan de werken te beginnen. Maar dat was buiten les Chibanis gerekend. Samen met andere bewoners kwamen ze in opstand en bezetten hun stukje braakliggende grond. De werken liggen nu al 3 jaar stil en de plannen lijken opgeborgen. Wie weet wordt het dan toch nog een pleintje. Ondertussen hebben ze het wel omgedoopt in de Place Louise Michel, de revolutionaire die hier haar laatste jaren sleet.

Foresta

De noordelijke wijken van Marseille hebben een slechte reputatie. Armoede, drugs, criminaliteit en geweld. Maar vreemd genoeg vind je tussen de troosteloze flatgebouwen ook enkele groene oases, waar zelfs hier en daar nog een zekere vorm van Provençaals dorpsgevoel overleeft. La Viste is zo’n dorp op een heuvel in het 15de arrondissement. Aan de rand van de heuvel strekt zich een groot stuk verloren natuur uit, waar je een hallucinant zicht op de haven van Marseille hebt. Tegen de wand van de heuvel staan de grote Hollywoodletters maar dan gespeld als “Marseille”, zoals en van de gelijknamige serie op Netflix, een nieuw landmark voor deze stad.

Foresta, zo heet dit stukje ongerepte wildernis. Meer dan twintig hectare die door een privé onderneming werden opgekocht en waarvan zestien hectare tijdelijk (maar niemand weet hoelang) aan Yes we Camp werden uitbesteed. Deze beweging is in Parijs opgericht en bezet verlaten plekken om er iets mee te doen. Zoals hier in Foresta.

Léa leidt ons rond in vlekkeloos Engels uit een Zuid-Franse mond. Zij is afkomstig van Perpignan, woonde een jaar in Australië en heeft zich nu in Marseille gevestigd. Verliefd op de stad. Samen met een groep vrijwilligers en buurtbewoners koestert zij wilde plannen voor dit stuk wildernis op de flank van de heuvel van La Viste. Een ecologisch stadspark met een boerderij en een kantine. Om er te wandelen en te kamperen. Nu al wordt er naarstig gewerkt aan het park dat er nog geen is. Een landschapsarchitect is het terrein aan het inventariseren en maakt plannen. Een ingenieur doet dat ook maar dan om elektriciteit en water op het terrein te krijgen. Schoolkinderen uit de buurt verzamelen planten. Wat is eetbaar? En wat niet? Er worden rondleidingen georganiseerd om zoveel mogelijk buren bij het project te betrekken.

Wij kijken uit naar de toekomst van dit project in de noordelijke wijken van Marseille. Een buurt die nu misschien voor velen nog te mijden is maar misschien ooit, als het van Léa en haar collega’s afhangt, één van de trekpleisters van Marseille wordt.

 

Het superdiverse geheugen van Marseille.

Een begraafplaats is een plek waar je de geschiedenis ontmoet. Hier liggen mensen begraven die ooit ergens geboren zijn, een volledig, soms lang en soms kort, leven doorstaan hebben en dan ten ruste zijn gelegd. Geboorte- en overlijdensdata markeren de historische gebeurtenissen van meer dan 150 jaar. Maar vooral: de verbleekte portretten op veel van deze zerken geven de geschiedenis en gebeurtenissen ook een gezicht.

Als een begraafplaats dus de geschiedenis naderbij brengt, dan is het Cimetière Saint-Pierre een plek waar je de diverse geschiedenis van Marseille ontdekt. Met haar 63 hectare is zij het derde grootste begraafplaats van Frankrijk. De mausolea en tombes kunnen zonder schroom concurreren met die van Père Lachaise in Parijs. Hobbelige paadjes, onder oude schaduwrijke pijnbomen en platanen, voeren je langs familiegraven, waar soms drie tot vier generaties begraven liggen. Maar wat hier vooral opvalt is de grote diversiteit aan namen. Italiaanse, Armeense, Griekse, Franse en zovele andere. De joodse, musulmaanse en protestantse gemeenschappen hebben hun eigen plekken op de begraafplaats. En overal waait je de geschiedenis toe. De twee Wereldoorlogen, de Shoa, de koloniale oorlogen in Indochina en Noord-Afrika, het Vreemdelingenlegioen.

Saint-Pierre is een plek waar het superdiverse geheugen van Marseille in haar bodem begraven ligt.

Les Puces.

Les Puces, de naam zegt het al: de vlooienmarkt. Een goede kilometer ten noorden van metrostation Bougainville, op een wat troosteloos verlaten industrieterrein, al behoorlijk dicht bij de noordelijke cités en dus “warmere” wijken. Want dat moet je weten van Marseille: de Vieux Port en de centrale laan La Canebière vormen zowat de grens tussen het “arme” noorden en het “rijkere” zuiden van de stad. Volgens de anciens van Marseille lijkt het haast alsof hier ooit, vroeger, een soort grenspost heeft gestaan. Inderdaad, als er al segregatie bestaat in Marseille, dan is dat niet zozeer een etnisch-culturele maar een sociaal-economische. Al hoeft het je niet te verbazen dat het ook hier een vaststaand feit is dat hoe gekleurder je bent, hoe armer je bent.

In Les Puces is die armoede goed zichtbaar. Dit is dus hoe een overlevingseconomie eruit ziet. Op de trottoirs van de razend drukke weg langs het terrein van Les Puces wordt om het even wat verkocht door de armzaligen van Marseille. Versleten schoenen, gsm-laders, zelf gevangen vis, gestolen en gesmokkelde sigaretten. Noem het en je kan het er kopen, zolang het maar door de rest van de wereld niet meer gesmaakt wordt. Hoe meer je je naar het centrum van de markt begeeft, hoe meer het op een normale markt begint te lijken. De markt bestaat uit drie grote magazijnen met daartussen een chaotische wirwar aan marktkraampjes die meestal niet veel meer voorstellen dan een paar planken op twee schragen. Het volk voor en achter deze schragen is een perfecte afspiegeling van de bevolking, alhoewel toch voornamelijk Afrikaans en wat er nog zoal uit de hele wereld hier is aangespoeld.

In het verste magazijn zitten de verkopers van oude meubelen, ijskasten, tv-toestellen en andere huishoudelijke apparatuur. Als je van hieruit een soort straat met kraampjes, waar je van afgerukte zijspiegels tot alles waar je een doorsnee loodgieter gelukkig mee maakt kunt kopen, kom je in de middelste hal. Deze heeft de air van een Noord-Afrikaanse soukh met talloze groentekramen, beenhouwers, visverkopers maar ook kappers en exotische eetzaken. Allemaal veel properder dan je wellicht onterecht zou denken maar vooral gedompeld in zo’n typische hectische oriëntaalse ambiance. In de derde hal ontdek je dan tot je niet geringe verbazing een hele andere, hedendaagse, zelfs hippe grootstedelijke wereld. Hier vind je de echte brocanterie, waar de huidkleur van de verkopers veel bleker is en de uitgestalde waar ook een pak prijziger zijn. Toegegeven, er liggen dan ook prachtige stukjes art deco en jaren ’60 memorabilia.

Je kunt hier allemaal een beetje laatdunkend over doen, maar dit is dus echt zo’n typische plek waar je de veerkracht van Marseille voelt. Ondertussen heeft zich hier trouwens ook een Lidl supermarkt gevestigd met daarrond niet minder dan 300 handelsbedrijfjes waar alles samen al meer dan 1000 mensen een inkomen bijeen verdienen. Dat is de stap van een overlevingseconomie naar een echte economie. Dat is hoop die vanuit de diepste miserie ontstaat. En dat zijn vooral mensen die zich door iedereen in de steek gelaten voelen en dan zeggen: wij doen het zelf wel.

Een boom voor de hoop.

substandardfullsizerenderIn 1999 besloten de verschillende gemeenschappen van Marseille in het pas geopende Parc du 26ième Centenaire een boom van de hoop op te richten: “L’Arbre de l’Esperance”. Hiermee wilden zij vanuit deze prachtige stad een krachtige en hoopvolle boodschap de wereld insturen: dat we elkaars eigenheid respecteren en samen in onze verscheidenheid een betere wereld nastreven. Iedereen kan deze boodschap ondertekenen.

Hun namen werden in de tegels voor het monument gebeiteld. Meer dan 500.000 namen staan er ondertussen in alfabetische volgorde. Namen van inwoners van Marseille en daarbuiten die allemaal samen hun hoop uitspreken om harmonieus samen te leven in verscheidenheid. Wij kunnen alvast niet wachten om als nieuwe inwoners van Marseille ook onze naam hieraan toe te voegen.